Door Eveline Alders

SEBASTIEN WOJDAN – MARATHON

Bezoekers van de voorstelling MARATHON van Sebastien Wojdan in de Rotterdamse Schouwburg komen terecht op een plek waar de meesten van hen niet vaak zullen staan: óp het toneel. Daar treedt een aantal heren ze tegemoet in stemmige kleding, met vriendelijke gezichten en glaasjes wodka. Het is een hartelijk welkom, zij het achteraf bezien met name door de wodka – ook te interpreteren als een hart onder de riem: nou, sterkte beste mensen, met wat er allemaal op jullie gaat afkomen!

Op het toneel staat een geïmproviseerde circusopstelling: een cirkel van tribunes, rondom afgeschermd met zwarte doeken. Het is een van de interessante aspecten van circus, deze cirkelopstelling. Als bezoeker zie je niet alleen de voorstelling, maar kijk je vaak onverwachts – ook je medebezoekers tegenover je in het gezicht, soms een weerspiegeling soms een tegengestelde beleving.

Bij Marathon bevinden zich ronde openingen in het zwarte doek; er zijn vier opgangen. Daar zie je af en toe de hoofden van de technische medewerkers verschijnen, als portretschilderijen aan de muur van een galerie. De sfeer is hartelijk, vriendelijk, open. Wojdan begint de voorstelling door een fiks aantal instrumenten te bespelen -gitaar, toetsen, sax, bas, trom- en de frases die hij produceert te samplen. Zo ontstaat ter plekke een complete geluidsband.

Wojdan maakt er werk van om zijn publiek mee te nemen in zijn opgetogenheid, vraagt een meisje dat van schrik over zoveel enthousiasme met hoog opgetrokken wenkbrauwen wegschuift over de bank – of ze een knopje op de sampler wil indrukken. Alle hulp wordt beloond met een dikke klapzoen.

Dan kantelt de stemming: met een terloops gebaar trekt Wojdan een doek weg en onthult een indrukwekkende rij vervaarlijke messen; even later schuifelt hij met blote voeten over de splinterige houten vloer. De messen, de houten vloer en zijn blote voeten creëren een merkwaardige spanning, die Wojdan vergroot door ook nog eens met een van de messen tussen de vingers van zijn op een plank uitgespreide hand rond te tikken, schijnbaar zonder te kijken naar wat hij doet. Dit is iemand die graag heel erg dicht langs het randje van het ravijn loopt, op zoek naar een combinatie van echt gevaarlijk en kinderlijk plezier in het doen van spannende dingen. Als toeschouwer word je regelmatig dicht naar dat randje toe getrokken: een bijl balancerend op Wojdans voorhoofd of een pot verf op twee bezemstelen hoog in de lucht, steeds griezelig dicht bij de tribunes. Zo voel je de spanning én de kick zelf ook.

Tientallen gebeurtenissen volgen elkaar nu in hoog tempo op. Je hoort Wojdans adem versnellen en zijn voeten off stage, achter de zwarte doeken langs, als hij alweer rondom rent, je ziet zijn shirt doordrenkt raken van zweet. Wojdans voorstelling is inderdaad een marathon, maar dan bestaand uit zoveel meer dan 42,195 kilometer rennen. In dat tentje op het podium probeert hij zoveel mogelijk dingen tegelijk, en als dat niet kan meteen achter elkaar, te doen: instrumenten bespelen, messen gooien, skateboarden, flikflaks springen en handstanden doen, op een slap koord balanceren, pingpongballen in een kist spugen, zich verkleden, en dit alles met heel, heel veel spullen, zoals een accuboor, kegels, balletjes, ballonnen, een cactus, een indianentooi, een pijl en boog en een schietschijf. In deze cascade van veel en nog meer blijkt Wojdan heel onverwachts ook nog prachtige dans-achtige bewegingen in petto te hebben.

Het laatste deel van de voorstelling toont de artiest, die een truc met kegels opnieuw en opnieuw en opnieuw herhaalt; hij komt daarbij in een kooi terecht – ter bescherming van het publiek tegen rondvliegende kegels en misschien ook van zichzelf tegen nog meer inspanning. Uitgeput zakt hij tenslotte in elkaar.

Schrijver en verwoed marathonloper Haruki Murakami citeert in zijn boek Waarover ik praat als ik over hardlopen praat een collega-loper die als mantra heeft: ‘Pain is inevitable, suffering is optional’. Ik ben benieuwd wat Wojdans mantra is. Zoals vaak wanneer ik kijk naar mensen die een schier bovenmenselijke inspanning leveren, betrap ik me ook nu op de vraag: waarom? Ik vind het ook leuk om op het randje te gaan staan, rondjes te rennen en met potten verf te kliederen, maar waarom zoveel en waarom zó lang achter elkaar dat je daarna alleen maar kunt instorten, en dat je dat dan avonden achter elkaar wilt doen? Is pain werkelijk inevitable, optional of zoek je het op? Être simplement en piste en ne pas mentir, stelt Wojdan: simpelweg in de piste zijn en niet liegen.

De geschiedenis van de marathon vermeldt wel dat de eerste marathonloper, een boodschapper die van Marathon naar Athene rende en na het overbrengen van zijn bericht: “Verheug u, wij hebben gewonnen!” dood neerviel. Dat is wel het laatste wat je een prachtige, talentvolle en inspirerende artiest als Sebastien Wojdan toewenst.

marathon2

Reageer