Door Tessa Overbeek

Rotterdam Circusstad, een van de grote Nederlandse circusfestivals, is weer in volle gang. Het festival speelt een belangrijke rol in het op de kaart zetten van het hedendaagse circus uit binnen en buitenland. Diverse jonge gezelschappen hebben hier al hun eerste voorstelling in première laten gaan. Zo ook Circus Katoen. Tijdens de vorige editie in 2013 introduceerden ze hun voorstelling Ex Aequo en sindsdien is het Vlaams-Nederlandse duo aan een stille opmars bezig. Tijd voor een nadere kennismaking.

Circus Katoen bestaat uit de Nederlandse Sophie van der Vuurst de Vries (1990) en de Vlaming Willem Balduyk (1989). Bij respectievelijk jeugdcircus Rotjeknor in Rotterdam en het Brugse circusatelier Woesh leerden zij hun eerste circustrucs. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst tijdens een internationaal uitwisselingskamp voor jeugdcircussen in 2006 en daarna opnieuw bij de audities van de Nederlandse professionele circusopleiding Codarts Circus Arts. Willem had toen al een jaartje tuinarchitectuur achter de rug, maar koos uiteindelijk toch voor een carrière als circusartiest.

Foto: Fabrice Mertens

Foto: Fabrice Mertens

Tijdens het eerste jaar van de opleiding trainden Willem en Sophie al wat samen, maar vanaf het tweede jaar gingen ze structureler samenwerken als acrobatiekpartners. Daarnaast specialiseerde Sophie zich in handstand en Willem in loop-diabolo (zonder stokjes). Vlak na hun afstuderen in de zomer van 2012 vormden ze Circus Katoen en kregen ze de kans om vanaf september deel te nemen aan het Entree project, georganiseerd door de Nederlandse festivals Circusstad Rotterdam en Circo Circolo. Dit stelde hen in staat om in samenwerking met regisseur Klaus Jürgens, die hen hielp met het verhelderen van hun concept en het ordenen van hun materiaal, hun eerste lange voorstelling te maken: Ex Aequo. Deze toont twee personages die gaan samenwonen, wat gepaard gaat met ruimtes verkennen, afbakenen en indelen. Regelmatig zitten ze elkaar in de weg en vliegen spullen over en weer, maar de toon blijft licht en speels. De materialen die gebruikt worden zijn veelal natuurlijk en variëren van houten boomstronkjes en planken tot een echte kamerplant, die vooral te lijden heeft van het territoriale spel van de twee.

In mei 2013 ging Ex Aequo tijdens Rotterdam Circusstad in première als binnenvoorstelling van een uur, maar al vrij snel zag het tweetal in dat deze ook kon werken als buitenvoorstelling van ongeveer dertig minuten. Vooral in deze vorm bleken ze hem vaak te kunnen spelen, zowel in hun eigen thuislanden als daarbuiten. Sindsdien is het hard gegaan met deze voorstelling. Aankomende zondag speelt Circus Katoen hem opnieuw, inmiddels twee jaar en vele mooie ervaringen verder. In onderstaand interview vertellen Willem en Sophie meer over hun ervaringen en ideeën over wat circus is of zou moeten zijn. Het gesprek dat eraan ten grondslag ligt begon vrij spontaan en ontwikkelde zich organisch tot een subtiel pleidooi voor circus dat puur en natuurlijk is, of in ieder geval voor meer aandacht voor de biodiversiteit in het hedendaagse circus.

Wat was jullie streven met Ex Aequo?

Willem: Het was onze eerste voorstelling, dus het belangrijkste voor ons was dat we iets maakten waarmee we veel konden spelen. Dat betekent dus eigenlijk gewoon een sterke show die makkelijk inzetbaar is op verschillende plekken en niet te veel hoogte/ruimte/decor nodig heeft.

Sophie: Een voorstelling voor jong en oud, familiepubliek. Verder was het belangrijk dat het materiaal en de personages dicht bij onszelf lagen. Dat we onszelf konden versterken, in plaats van iemand anders proberen te spelen.

Foto: Gerben Grootenhuis

Foto: Gerben Grootenhuis

Hadden jullie voorbeelden, of mensen of gezelschappen die jullie erg waardeerden?

Willem: De reden dat ik naar de circusschool ben gegaan was Cirque Plume. Ik ben niet iemand die zich heel snel op de voorgrond of op een podium zou smijten. Dat heb ik ook pas in de laatste twee jaar van de circusschool gedaan eigenlijk. In zo’n voorstelling dacht ik echt mijn ding te kunnen doen. Er zijn heel veel verschillende manieren om op het podium te staan. Sommige mensen kunnen heel veel energie en aandacht naar zich toe trekken op het podium; ik ben niet zo iemand. Sophie is dat ook niet echt, maar samen kunnen we het wel heel goed.

Ging het er dan om dat ze wat meer ingetogen waren bij Cirque Plume?

Willem: Het ging meer over beelden en hoe alles in elkaar verweven zat. Ik had in België op dat moment veel gezien dat met straattheater te maken had, met een microfoontje en veel blabla. Dat was toen mijn beeld van circus en eigenlijk niet echt iets voor mij. Als je dan iets anders ziet kan je beeld ineens omslaan. Zoals waarschijnlijk bij heel veel mensen hier op Circo Circolo ook gebeurt. Cirque Plume was voor mij zo’n eye opener.

Hoe ging dat bij jou Sophie?

Sophie: Ik ging naar Codarts omdat ik al zo lang bij het jeugdcircus Rotjeknor zat. Circus was voor mij altijd al een heel belangrijk onderdeel van mijn leven geweest. De opleiding in Rotterdam (mijn eigen stad) was net opgestart. Het was voor mij een logische keuze na mijn middelbare schooltijd. Ik wilde het gewoon proberen, maar had nog niet zo’n visie. Ik heb eigenlijk pas tijdens de opleiding voorstellingen gezien en mezelf gevormd. Het kwam niet door een bepaalde voorstelling die ik gezien had. Nu vind ik bijvoorbeeld Un Loup pour l’Homme erg goed, omdat het zo puur is. Maar zoiets had ik nog niet gezien voordat ik besloten had om circusartiest te worden.

Willem, heb je het idee dat de tuinarchitectuur nog een beetje in de voorstelling terugkomt, met die paadjes, plantjes en natuurlijke materialen?

Willem: Misschien onbewust…We houden allebei van de natuur.

Sophie: Duurzaam leven is belangrijk voor ons.

Foto: Fabrice Mertens

Foto: Fabrice Mertens

Willem: Circus op zich is een heel onecologisch gegeven, als je bedenkt dat je honderden kilometers rijdt om ergens op te gaan treden in bijvoorbeeld tenten die ze overeind hebben gezet met allerhande machines, waar mensen dan naartoe komen in auto’s om naar je te kijken. Maar we proberen het nog altijd zo klein mogelijk te maken. Ons hele decor kan in één personenauto.

Sophie: We gebruiken zoveel mogelijk natuurlijke en waar mogelijk hergebruikte materialen. Hoewel we wel plastic diabolo’s gebruiken…

Hebben jullie dan een eigen achtertuintje waar de planten in de voorstelling gekweekt worden?

Willem: Het is wel zo dat we een aantal planten herkweken. Dat lukt niet met alle planten zo makkelijk.

Sophie: Ik zou dat wel willen.

Willem: Voor de binnenvoorstelling hergebruiken we de varens wel. Omdat ze redelijk afzien in de voorstelling, duurt het wel even voor ze weer helemaal hersteld zijn. We hebben een rij planten staan thuis die gaan van bijna dood tot hersteld. Het is altijd weer een leuke uitdaging om de gebruikte plant te redden!

Waar wonen jullie nu eigenlijk?

Willem: In Gent. Toen we de voorstelling maakten woonden we nog in Rotterdam. Daarna zijn we gaan rondkijken wat er mogelijk was. Rotterdam is voor mij te onnatuurlijk. Er zijn veel positieve dingen aan die stad, maar om in te wonen was dat voor mij moeilijk, omdat ik op het platteland ben opgegroeid. Sophie wilde in de stad, ik op het platteland. In Gent huren we nu een huisje aan de rand met een grote tuin met wat appelbomen. Maar in 10 minuten ben je in de stad.

Sophie: Dat was de ideale oplossing.

Vanaf wanneer begon het echt te lopen met de voorstelling?

Willem: Onze voorstelling is eigenlijk gemaakt voor indoor. Maar je moet wel wat geluk hebben om in dat circuit te komen, zeker in Nederland. We zagen dat de voorstelling zich ook leende voor buiten. We kregen de kans om op Oerol te staan en hadden ons aangemeld voor Spoffin.

Sophie: Op Oerol hebben we hem goed kunnen inspelen.

Willem: We speelden elf keer in vier dagen.

Foto: M. Duijvenstijn

Foto: M. Duijvenstijn

Sophie: Daarna liep hij gewoon lekker. We hebben die zomer nog op verschillende festivals gestaan. Bijvoorbeeld op de Karavaan, de Gentse feesten, een aantal keer in familiepark de Sierk… Toen zijn we met HH producties gaan samenwerken, dus die zomer hadden we al aardig wat optredens. Afgelopen zomer [2014] is het echt gaan lopen. Het ging redelijk snel. We hebben toen ook in Duitsland, Engeland en Frankrijk gespeeld. Die buitenfestivals zijn tof om te doen door de leuke sfeer en ook doordat je de hele tijd buiten bent. Verder bereik je op die plekken ook de mensen die niet naar theaters gaan. Het is voor iedereen! Je komt ook op veel verschillende plekken… De voorstelling is niet echt een typische straatvoorstelling. Hij past wel goed buiten, maar omdat er veel stille momenten zijn en geen spraak, is het soms op de aller drukste plekken met veel afleiding en geluiden wat lastig om het publiek naar ons toe te trekken.

Willem: Als je ons ergens in het midden van een druk plein zet is het niet altijd makkelijk.

Sophie: Het is beter om een beetje een omkadering te hebben met een rustige achtergrond. Aan de andere kant is het natuurlijk super dat ze op straattheaterfestivals ook voorstellingen boeken die wat stiller zijn, zodat er een divers aanbod aan voorstellingen te zien is.

Willem: De theaters zijn een hele andere wereld. We zitten daar de hele dag in een donkere ruimte, meestal als enige compagnie. Op een festival ben je buiten, waar veel gebeurt. Theaters hebben wel een enorm voordeel en dat is ook waarom we voor een theatervoorstelling hebben gekozen: Het publiek gaat zitten en blijft zitten. Als performer is dit heel erg fijn omdat je dingen de tijd kan geven die ze eigenlijk nodig hebben. Je kunt daardoor meer vertellen in een voorstelling.

In wat voor soort theaters hebben jullie binnen gespeeld?

Sophie: In Rotterdam tijdens het Circusstad Festival hebben we de première van Ex Aequo gedaan. Een jaar later hebben we nog een keer in de kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg gespeeld. Verder hebben we in Nederland nog in Maastricht gespeeld.

Willem: Daarnaast op Circo Roma in Antwerpen en in een stuk of 10 culturele centra in België. We spelen eigenlijk altijd in kleine zalen. Meestal zijn het familievoorstellingen maar ook wel wat schoolvoorstellingen.

Volgens mij lukt dat in België ook beter dan in Nederland hè?

Foto: Fabrice Mertens

Foto: Fabrice Mertens

Willem: Dat is ook wel begrijpelijk. Circus kent al een hele tijd een enorme bloei in Frankrijk. België is toch ook al even dat voorbeeld aan het volgen. In Frankrijk en België zijn er heel wat stimulansen geweest voor het circus die kleine compagnieën hebben doen ontstaan met eigen voorstellingen. Die vallen blijkbaar in de smaak, want er wordt toch redelijk wat circus geboekt. Het publiek is wat meer opgevoed met circus. Vooralsnog is dat in Nederland minder aan de orde. Er zijn een aantal nieuwere gezelschappen die er wel getoerd hebben hoor, denk maar aan Un loup pour l’Homme en Le Boustrophedon… maar heel veel zijn het er nog niet geweest. Dat gaat vast nog wel komen. Wij hebben geluk gehad dat we in Rotterdam twee keer mochten spelen, maar de zaal zat niet echt vol.

Sophie: Ik denk dat de mensen er niet naartoe gaan omdat ze het niet kennen en de theaters durven het dan ook niet zo gauw te boeken omdat het te riskant is, omdat ze dan misschien niet genoeg opbrengsten krijgen. Al hoewel circus eigenlijk een hele toegankelijke vorm van theater is.

Zien jullie jezelf ook ooit in een grotere voorstelling spelen in een ensemble, als onderdeel van het idee van iemand anders?

Willem: Ja, maar het hangt ervan af wat voor projecten er te vinden zijn.

Sophie: En met wat voor mensen.

Willem: We hebben nu wel gemerkt hoe leuk het is om ons eigen ding te doen. Op dat vlak denk ik dat we wel iets kieskeuriger zijn dan wanneer we net afgestudeerd zouden zijn, maar we staan daar zeker voor open.

Is er nog iets wat jullie zelf kwijt willen over circus?

Willem: Wat ik merk is dat nieuw circus nog heel vaak gelinkt wordt aan compagnies zoals Cirque du Soleil. Dat vind ik persoonlijk wel jammer. Dat is niet alleen in Nederland, ook in veel andere landen is dat zo.

Sophie: De wat kleinere, pure voorstellingen kennen mensen vaak nog niet. En de grootste groep mensen gaat er niet heen omdat ze het niet kennen.

Willem: Hier op Circo Circolo komen de meeste mensen bijvoorbeeld ook naar de wat grotere spectaculaire voorstellingen. Het is jammer dat ze dan de kleine voorstellingen niet gaan bekijken, terwijl die eigenlijk vaak veel vernieuwender zijn. Mensen willen graag spektakel en spectaculaire trucs zien. Je kunt dat best het nieuwe circus noemen, maar er zijn ook heel veel andere dingen in het nieuwe circus die dan niet bekend zijn. Dat heeft ook zijn tijd nodig denk ik. Pas op, grote voorstellingen kunnen er natuurlijk ook voor zorgen dat mensen de circusmicrobe te pakken krijgen en er zijn natuurlijk zeker ook voorbeelden van grote groepen die verfijnd/vernieuwend zijn.

Foto: Fabrice Mertens

Foto: Fabrice Mertens

Dus jullie willen pleiten voor meer puur circus in de spotlight?

Willem: Wat is puur circus? Het hoeft niet altijd puur te zijn. Meer divers.

Sophie: Er zijn zoveel voorstellingen die minder spectaculair zijn, maar subtieler en echter en die mij eigenlijk veel meer raken…

Willem: Circus en spektakel zitten dicht bij elkaar, maar voor ons zitten er in de beste circusvoorstelling misschien wel geen “circus trucs”.

Sophie: Het hoeft niet altijd.

Willem: Voor ons is dat niet de reden waarom circus circus is.

Waarom is het dan toch circus, ook al heeft het geen trucs?

Willem: Het is ook hoe je het presenteert. Je kunt wel een truc doen, die dan uiteindelijk niet gepresenteerd wordt als een truc. In onze voorstelling doen we ook trucs, daar niet van….

Sophie: We proberen het niet te brengen als een spektakel. De trucs staan in functie van het verhaal of de sfeer.

Willem: Je leert in de circusscholen bepaalde circustechnieken. Die technieken zie je terug in de circusshows. Voor mij hoef je geen circustechniek te brengen om een circusshow te hebben.

Sophie: Het gaat dan om de typische circustechnieken die iedereen kent. Dat hoeft niet per se. Je hoeft het geen naam te geven.

Willem: Om maar een voorbeeld te geven van Sacékripa; Hij legt een suikerklontje op het knopje van zijn waterkoker, en als die losspringt, vliegt het klontje precies in zijn beker. Voor mij is dat circus, een truc, maar niet gebracht als een typische circustruc.

Sophie: Wat ik eigenlijk zo leuk vind daaraan is het verrassingseffect. Het feit dat mensen het herkennen maar er nooit bij stil hebben gestaan dat je zoiets kan doen met bijvoorbeeld doodgewone voorwerpen zoals een suikerklontje en een waterkoker. Circus wordt daardoor iets alledaags. Voor de circusartiest is het een uitdaging: de eeuwige zoektocht naar nieuwe vondsten.

 

Tessa Overbeek en Eveline Alders spraken Willem en Sophie tijdens festival Circo Circolo in oktober 2014. Circus Katoen zien spelen tijdens Rotterdam Circusstad? Klik hier. Voor meer informatie over Circus Katoen, zie: http://circuskatoen.com/nl.

Foto boven: Edmond van den Troost

Reageer