Door Tessa Overbeek

LONELY CIRCUS – FALL, FELL, FALLEN

Dat kruisbestuivingen met andere kunstdisciplines een bron van vernieuwing kunnen zijn in het nieuwe circus, is eigenlijk niets nieuws. De combinatie tussen circus en muziek is misschien nog wel de meest voor de hand liggende. In het klassieke circus waren de twee al onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat is een driedubbele salto aan de vliegende trapeze nu zonder tromgeroffel? Muziek is nu eenmaal een erg handig middel om de toon te zetten, of om spanning op te bouwen. De twee heren van Lonely Circus gaan echter nog een stap verder: ze zoeken de muziek ín het circus, en het circus ín de muziek. Hun experimenten zijn innovatief en interessant, maar gelukkig nemen ze zichzelf nooit te serieus. Na de piep en de knor volgt onvermijdelijk de BOEM!

Er wordt steeds vaker gesteld dat circus eigenlijk altijd een vorm van onderzoek is rond de wetten van de natuur, met behulp van objecten, materialen en natuurlijk menselijke lichamen. Het is ook een belangrijke manier om te kijken hoe de grenzen van circusdisciplines verlegd kunnen worden. Maar interessant onderzoek leidt nog niet per se tot een show die een publiek kan boeien. Het is mogelijk dat ook Fall, Fell, Fallen niet iedereen zal bevallen. Met zijn vrij minimalistische decor en geleidelijke opbouw weet deze niet meteen ieders aandacht te grijpen en te houden. Een verhaallijn om houvast te bieden of spectaculaire climaxen zijn er niet. Toch is deze wat abstracte voorstelling toegankelijker dan je zou verwachten.

De inventieve manier waarop circusartiest Sébastien Le Guen en geluidskunstenaar Jérôme Hoffman met hun materialen omspringen leidt tot indrukwekkende audiovisuele hoogstandjes. Een van de mooiste beelden moet wel hun toren van balken zijn – een soort Jenga met een twist – waarop Le Guen’s imposante lichaam angstvallig balanceert, terwijl hij een kabel aan een balk probeert te bevestigen. De geluiden die Hoffman erbij produceert verhogen de spanning nog verder, zoals de krassende strijkinstrumenten in een klassieke horrorfilm. Op het auditieve vlak verrast een act waarbij Le Guen door te springen, glijden en draaien op een slack wire allerhande geluiden voorbrengt, die soms sterk doen denken aan een scratchende DJ, maar toch een heel eigen stempel dragen.

Waar de evenwichtskunsten van Le Guen vaak tot stand komen met eenvoudige materialen, zoals houten balken en planken, is de muziek het resultaat van een wonderlijk bouwsel met oneindig veel knopjes, schuifjes en zelf bewerkte of gemaakte instrumenten. Geen wonder dat velen na de voorstelling naar het podium liepen om het van dichtbij te bekijken. Bijzonder is een constructie van ronde verticale stangetjes met daaromheen naar beneden tollende metalen ringetjes, die in zekere zin de zwaartekracht hoorbaar maakt. De geluiden die Hoffman voortbrengt met zijn ingenieuze constructie zijn soms herkenbaar als muziek of natuurgeluiden. Op andere momenten doen het gekraak, geknars, geraas en gebonk eerder denken aan een zeer experimenteel jazz concert.

Het plezier in het samenspel tussen de artiesten is voelbaar en aanstekelijk, maar hun belangrijkste troef is misschien wel de manier waarop ze zichzelf keer op keer vakkundig onderuit halen. De humor is vaak van het droogkomische, subtiele soort. Toch weten ook, of misschien zelfs vooral, de jongere toeschouwers de semi-serieuze verrichtingen van de twee te waarderen. Het is soms ook licht absurd; een grote gespierde veertiger in zijn boxershort, gehurkt balancerend op een klein houten balkje. Speels en spannend is het, en soms knapper dan het er uitziet. Zijn bezwete lichaam spreekt boekdelen. Boven alles is Fall, Fell, Fallen een voorstelling waarin je nooit precies weet wat je te wachten staat. ‘Nou, dit is toch wel een uniéke ervaring’, spreekt een vrouwenstem ons toe vanuit de boxen. Het mag licht sarcastisch klinken, maar verdikkie, ze heeft nog gelijk ook!

Credits:

Geluid / instrumenten: Jérôme Hoffmann
Danser/Circus artiest: Sebastien Le Guen
Met: Nicolas Heredia
Artistieke samenwerking: Marion Coutarel
Licht: Marie Robert
Regie: Vivien Sabot
Set constructie: Sylvain Vassas en Olivier Gauducheau

Reageer