Door Tessa Overbeek

In december 2012 interviewde Tessa Overbeek de regisseur en artiesten van de voorstelling Undermän. Hun tour liep ten einde; een mooi moment om uitgebreid terug te kijken op een voorstelling die veel teweegbracht. Hieronder vind je een verslag van het interview, dat we in vier delen publiceren: op 20 augustus verscheen de inleiding, met een stuk over het ontstaan van de voorstelling. Vandaag een deel over de tour en receptie van Undermän, op 3 september gesprekken over circus en echtheid en op 10 september een deel over het leven na Undermän. Wil je reageren of heb je vragen, laat van je horen! Deel 1 vind je hier.

This interview is also available in English.

 

Deel 2 – De tour en receptie van Undermän

Olle Strandberg

Ik ben benieuwd naar de reacties die jullie gekregen hebben van het publiek. Ik hoorde wel dat er een paar houthakkers waren die in tranen uitbarstten en de artiesten bedankten, maar dat is alles. Dus heb je daar nog aanvullingen op?

In Zweden is het moeilijk geweest met de reacties van het publiek, omdat we te maken hadden met de verwachting van wat Cirkus Cirkör is, en dit is iets anders dan wat Cirkör is geweest. En ik denk dat dat problematisch was omdat als we het als een onafhankelijke groep hadden gebracht, mensen geen idee hadden gehad van wat ze moesten verwachten. Nu hadden ze een verwachting van Inside Out, of Wear it like a crown, of 99% Unknown. Dus het is wat lastiger geweest. Maar internationaal gezien waren mensen geraakt. Montréal was bijvoorbeeld fantastisch om te spelen. We speelden daar tijdens Complètement Cirque deze zomer [2012, TO] en het was een enorm succes. Ze waren dol op het thema en voor hen was het echt iets nieuws om circus op deze manier te benaderen. In Engeland zijn sommige van de recensies niet de beste geweest die we gehad hebben. Maar het publiek was er weg van. Het was de eerste keer dat we speelden voor mensen die Engels als moedertaal hadden. Dat was anders, omdat alle liedjes op een andere manier overkwamen. De teksten waren veel belangrijker voor hen. En dat was interessant, want het had gemakkelijk een beetje flauw kunnen worden, maar ze leken het erg te waarderen. In Frankrijk is het fifty-fifty geweest; sommige mensen waarderen dat deze manier van doen veel aan het publiek geeft: eerlijk zijn, mensen uitnodigen. En ik denk dat sommige mensen er een probleem mee hebben als artistieke keuze. Ik denk dat ze op een of andere manier iets anders willen, iets… (trekt een gezicht alsof hij de smaak van een geweldige wijn probeert te omschrijven) Frans, weet je.

Je zou ook kunnen zeggen dat het prettig is dat jullie je daarvan onderscheiden…

Ja, nou ja, veel mensen houden daar wel van, maar ik weet dat sommige mensen vinden dat het te makkelijk is. De show is vrij direct en eenvoudig, en ik hou daarvan. Maar voor sommigen is hij zo direct en eenvoudig dat het niet meer poëtisch is voor hen. Voor mij is het poëtisch omdat hij zo eenvoudig en direct is als een popliedje.

Waren er nog meer mensen in het publiek die naar de jongens toekwamen om ze te bedanken, of die misschien naderhand naar jullie hebben geschreven?

Ja, er zijn wat mensen geweest die ons geschreven en bedankt hebben. Zij begrepen iets over het leven denk ik. Mensen worden geraakt omdat de jongens het soort jongens zijn dat ze zijn, maar tegelijkertijd heel open kunnen zijn; op een grappige manier, maar ook op een serieuze manier. En we horen van mensen dat het nodig is voor ze om dat te zien, om het mee te nemen in hun eigen levens.

Maar hebben jullie daar van tevoren aan gedacht, toen jullie hem aan het maken waren? Of: hoe zorgen we ervoor dat het niet te zwaar wordt, of op welk moment moeten we iets grappigs doen zodat het publiek niet te treurig wordt, of…

Ja, ik denk dat een van mijn belangrijkste verantwoordelijkheden het spelen met tempo was. We werken met de thema’s en onderwerpen van de jongens, maar het heeft veel te maken met het creëren van een sfeer. Ik wilde een show maken voor het publiek, maar ik wilde niet aannemen dat het publiek niet een beetje stilte, of wat tragere momenten aankan, en ik denk daar veel over na. Maar er zit ook zoveel vreugde in…om eerlijk te zijn, het is zo geweldig om te jongleren als je daarvan houdt. En als je het op die manier doet, met de muziek en met de jongens, dan is het fantastisch, laten we het fantastisch houden! Maar we hebben er veel over nagedacht: zou het grappig moeten zijn, of treurig, of…sommige dingen zijn treurig, zelfs als ze grappig zijn. Zoals het trio aan het einde, de acro-scène, voor mij is hij erg mooi, maar hij heeft ook heel komische momenten omdat ze elkaar natuurlijk niet perfect kunnen dragen. Het is een beetje treurig op een of andere manier. Je wordt ook herinnerd aan de tragedie.

Een recensent schreef dat de show misschien meer voor de jongens zelf gemaakt was dan voor het publiek; dat het ‘therapeutische’ aspect ervan te belangrijk werd, ten koste van de show. Denk je dat daar een kern van waarheid in zit?

Nee helemaal niet. Ik denk dat de show veel rekening houdt met het perspectief van het publiek: iets persoonlijks delen, maar vrij duidelijk met het publiek, niet alleen met elkaar. Zowel beelden en handelingen tonen van hoe ze het verwerkt hebben, maar ook op manieren die mensen uitnodigen in hun verhalen. Voor mij is de kitchy keuze voor de act met de hoepel en de veer meer een beeld voor het publiek dan dat hij [Mattias] zich in zichzelf terugtrekt. Hij is niet zo introvert. Dus ik heb het gelezen, en ik heb er even over nagedacht, maar ik ben het er eigenlijk niet mee eens, nee.

Mattias Andersson, Matias Salmenaho, Peter Åberg

Ik ben altijd erg geïnteresseerd in het ‘leven’ van een voorstelling en hoe deze naar verloop van tijd verandert, want ik vermoed dat voorstellingen dat altijd doen, dus ik vroeg me af hoeveel deze veranderd is.

Matias: Ik denk niet dat hij erg veranderd is. Het is ook een keuze van ons allen als we op het podium staan. Want natuurlijk, nadat je dezelfde show een tijdje hebt gespeeld, wil je hem veranderen. Maar met deze specifieke show hebben we gemerkt dat het eigenlijk niet zo goed voor de show is om teveel te veranderen. Want wanneer je plezier hebt op het podium, kun je snel de essentie ervan een beetje verliezen. Dus we proberen niet teveel te veranderen in de show zelf, maar we zijn wel begonnen met het doen van extra nummers, dus toegiften na de show, en dan kunnen we een beetje losgaan, dat is leuk. We hebben wat kleine dingen in de muziek veranderd zodat we het een beetje anders spelen. En voor sommige fouten hebben we al een oplossing, dus het is altijd hetzelfde. Maar soms gaat het echt mis. Want ik denk dat we drie keer vielen op de avond dat jij er was. En ik geniet op een of andere manier wel van die momenten. Zolang niemand zich bezeert, is het best prettig om te zien waar de show ons brengt.

En gebeurt het vaak dat iemand zich bezeert?

Peter: Een keer, in Neerpelt. Dat was de enige keer. En Matias heeft een keer zijn voet gebroken.

Matias: Maar we hebben de show toen afgemaakt.

En hoe is het gevoel van het spelen van de voorstelling veranderd gedurende de twee jaar? Want toen jullie net begonnen waren de gebeurtenissen waarover jullie praten nog veel recenter, en nu is het langer geleden en misschien zijn de harten geheeld…

Peter: We hadden het daar laatst nog over. In het begin heb je veel adrenaline en ben je de hele tijd nerveus en nu hebben we het ongeveer 150 keer gedaan en zijn we niet zo zenuwachtig meer. Je raakt opgewonden om te spelen, maar niet op dezelfde manier, omdat je zo gewend bent aan de show. Sommige dingen zijn veel makkelijker en sommige dingen zijn veel moeilijker. De show ‘in leven houden’ is lastig als je hem zo vaak gespeeld hebt. Ook op het tekstuele vlak (wijst naar Mattias, die de langste monoloog heeft in de voorstelling). Misschien voor jou nog meer.

Mattias: Ja, het emotionele deel is het moeilijkst. Want zoals je zei: we zijn allemaal min of meer hersteld, dus we moeten veel dieper graven. De eerste keer dat we de show speelden waren we allemaal erg emotioneel. Het was heel moeilijk. Nu is het bijna het tegenovergestelde, dus we moeten echt ons best doen om te zoeken naar die gevoelens.

Mattias Andersson

Mattias Andersson

En hebben jullie dan trucs of strategieën die je gebruikt om terug te komen bij die gevoelens, en het ‘in leven te houden’, zoals je dat noemt?

Mattias: Voor een show probeer ik altijd aan mijn eigen herinneringen te denken, om er weer in te komen. Maar ik heb me ook gerealiseerd dat het misschien niet zo erg is als het veranderd is. Op een bepaalde manier is het makkelijker voor mensen om een connectie te voelen met de show nu het allemaal wat verder van ons af staat. Maar ik weet het niet zeker. Dat is het lastige aan deze show. We vertellen een verhaal dat een sterk verband heeft met een moment en als dat moeilijk is, is het misschien teveel voor het publiek. Ik denk dat hij nu wat lichter is geworden, in de manier waarop we over dingen spreken en de manier waarop we het verhaal vertellen. Via de lach kunnen mensen makkelijker contact maken met de show. Maar het is eigenlijk moeilijk te zeggen voor ons.

Wat ik las in een paar recensies was dat critici dachten dat het doel van het maken van de show erg therapeutisch was. Vinden jullie dat zelf ook? Had het die functie en denk je dat het jullie heeft geholpen om er sneller overheen te komen dan anders het geval was geweest?

Peter: Ik denk in ieder geval dat het heel goed was om elkaar te leren kennen en de show te doen.

Mattias: Ja, dat was erg therapeutisch. Vanwege de gesprekken in de sauna ’s avonds.

Matias: Het was een beetje ons werk om erover te praten, en dat maakte het op een of andere manier makkelijker. En we kenden elkaar ook al een beetje. Dus het was een soort bijeenkomst van ouwe dikke kerels en we moesten in vorm komen.

Waren jullie daarvoor uit vorm dan?

Peter: Ik was beter in vorm dan nu (lacht).

Mattias: Nee.

Peter: We hadden een andere vorm. Ik woog zo’n vijftien kilo minder.

Matias: Ja ik moest deze gast (Peter) iets van vijf kippen per dag voeren zodat hij mij van de grond kon krijgen. Hij was eerst heel dun. (Klopt Mattias op zijn schouder) deze was altijd al sterk.

 

Dit was het tweede van een serie van vier delen van het interview van Tessa Overbeek met Olle Strandberg, regisseur van de voorstelling Undermän en de artiesten Mattias Andersson, Matias Salmenaho en Peter Åberg. Het volgende deel, over circus en echtheid, zal op 3 september online verschijnen. Deel 1 vind je hier.

 

Reageer