Door Eveline Alders

Dit is het eerste deel van een dubbelportret van TENT Circustheater Producties. In het eerste deel van dit portret komt regisseuse Laura van Hal aan het woord. In het tweede deel is het de beurt aan de oprichters en verschillende spelers.
Door Eveline Alders en Tessa Overbeek

TENT PRESENTEERT NIEUWE VOORSTELLING NET

een onderzoek naar succes, toeval en rechtvaardigheid

We may seek a fortune for no greater reason than to secure the respect
 and attention of people who would otherwise look straight through us”


Alain de Botton

Circuspunt Nu sprak met acrobatisch danskunstenaar Laura van Hal, die eerder de eindregie van LOOP op zich nam, nu als regisseur werkte aan NETHet eerste gesprek vindt plaats als Van Hal tijdens Circo Circolo komt kijken naar de laatste van een serie van voorstellingen van LOOP.

Als de voorstelling klaar is, ga je dan nog regelmatig kijken? In principe zit mijn taak er na de première op. Natuurlijk blijft het voor mij heel belangrijk, maar ik kom bewust maar eens in de zoveel tijd langs, om de spelers de ruimte te geven en het echt hun voorstelling te maken.

Jullie zijn nu druk bezig met de nieuwe voorstelling. Als je nu terugkijkt op de anderhalf jaar dat LOOP gespeeld is, wat heb je dan geleerd dat je mee zou willen nemen in het maakproces van de nieuwe voorstelling? In praktische zin: niet te veel met herhalingen werken… het lijkt makkelijk, maar het werkt verwarrend. Het heeft de structuur wel sterk gemaakt. Sowieso: we zijn nu weer met iets anders bezig – je wilt geen one track pony zijn.
Voor mij is het nu heel spannend om met een zelfde werkwijze een heel andere voorstelling neer te zetten.

Is circus een medium dat jou mogelijkheden biedt die dans bijvoorbeeld niet biedt? Ja, letterlijk: er is fysiek meer mogelijk. Je zoekt de grenzen van het menselijk kunnen en het menselijk lichaam op. Daar gaat circus een stap verder in dan dans.

FUNCTIONEEL CIRCUS

Denk je dat het noodzakelijk en/of belangrijk is om zelf ook met dans, acrobatiek en theater te hebben gewerkt om als maker goed te kunnen functioneren? Ik denk dat het een pré is. Ik snap wat voor acrobaten de belemmeringen zijn: als je bijvoorbeeld dynamiek en actie wilt op een moment dat de acrobaat rust nodig heeft om de sprong voor te bereiden, moet je naar een andere manier zoeken om die dynamiek te krijgen. Tegelijkertijd ben ik altijd op zoek naar hoe de ‘truc’ logisch voortkomt uit de sfeer of emotie die de voorstelling op dat moment heeft. Ik noem dat ‘functioneel circus’. Dat is de term die ik jaren geleden zelf heb bedacht om uit te leggen hoe ik de samensmelting van circus met dans en theater idealiter zou willen creëren.

Ervaar je een heel groot verschil tussen het werken met circusartiesten en met dansers? Ik vind met circusartiesten werken heel erg spannend, ze zijn excentrieker en denken -gevraagd en ongevraagd- hardop mee. Op de opleiding zijn ze bezig met zelf stukken maken en daardoor zijn ze gewend inbreng te hebben. Ze hebben een goed ontwikkelde persoonlijkheid, en hebben iets te vertellen als mens en als performer.

Heb je met de spelers voor LOOP aan spel gewerkt? We hadden bij het maken van LOOP niet zo veel tijd; ik heb wel aanwijzingen gegeven. Maar ik houd er niet van alles dicht te timmeren. Juist als je een voorstelling gaat spelen, ontdek je dingen. Ik wil niet dat je ziet: Laura heeft gezegd dat ik hier dat en dat moet doen. Ik zoek een soort interne logica, zodat ze zelf kunnen ontdekken wat klopt. Dat is lastig: hoeveel informatie heb je nodig als speler, wanneer ga je zwemmen en wanneer wordt het te nauw… dat is altijd zoeken.

Kun je iets vertellen over de nieuwe voorstelling? Ik put inspiratie uit mijn eigen leven en ervaringen. Ik merkte dat ik mij soms ging vergelijken met anderen. Er zijn van die momenten in je leven dat je met mensen samen een zelfde startpunt hebt -in een vriendschap, een opleiding, bij een baas- dan ben je (heel) even gelijk. Van daaruit ontwikkelt iedereen zich. Soms denk je opeens terug aan hoe je ergens samen gestart bent en dan ga je vergelijken: is dat beter, ben ik beter of lijkt dat beter, maar is die persoon misschien helemaal niet gelukkig daarmee, of denkt de hele wereld dat het niets is wat ik doe, maar vind ik het heel fijn? NET gaat over wat succes is, ben jij succesvol en wie zijn dan de losers?

Dus er is verwantschap met LOOP …  Ja, steeds terugkerend thema van al mijn voorstellingen is toch wel: het individu tegenover de groep, durf je je los te maken van het geheel met de kans dat je alleen staat, of blijf je liever in de massa waar je nooit helemaal jezelf kunt zijn?

Je verwijst naar Statusangst van Alain de Botton, hoe komt dat terug in de voorstelling?  Toen ik keek naar een documentaire van De Botton snapte ik opeens mijn haat-liefde verhouding met succes. Dit was voor mij zo’n eye opener en inspiratiebron, dat ik hier uiteindelijk het thema van NET van heb gemaakt. In NET gebruik ik eigenlijk de kern van wat DeBotton vertelt. 
Hier heb ik voor mijzelf een aantal belangrijke punten uitgehaald – negen sub-kernen- en die ben ik gaan vertalen naar scenes; ze geven mij structuur en houvast in het maakproces.

Hoe ging je aan de slag, wat heb je gevraagd van de spelers, heb je een bepaalde aanpak in het algemeen?  Vanaf januari 2012 spraken Hanneke Meijers (assistent regie) en ik regelmatig om zo langzaam maar zeker het concept en ook de vormgeving te ontwikkelen. Met een gloednieuw decor en deze inhoudelijke bagage zijn we aan de slag gegaan. We zijn begonnen met een gesprek met alle spelers – een 3 uur durende discussie waarin soms zeer uiteenlopende, maar vaak ook zeer overeenkomstige ervaringen naar boven kwamen. Daarna hebben we het thema volledig los gelaten en zijn we gaan onderzoeken wat we met de zeven verschillende spelers konden ontwikkelen op circustechnisch gebied. Ik wilde de spelers uitdagen te proeven van disciplines van andere artiesten en van daaruit zochten we naar materiaal voor de voorstelling.

harkpoppetje

 

BEELDEN

Van dit alles maak ik kleine kaartjes met harkpoppetjes. Ik denk in beelden, en dit is voor mij een zeer overzichtelijke manier van materiaal verzamelen. In de volgende fase wordt het thema geherintroduceerd en ontstaan scènes met het fysieke materiaal en theatrale vormen. Vaak geef ik de spelers hier een opdracht met een sfeer of concept. De inbreng van de spelers is voor mij erg belangrijk. Niet alleen op technisch niveau weten zij zelf het beste wat werkt, maar het geeft mij ook een basis waar ik mee aan de slag kan. Ik moet iets zien en dan begin ik zelf te begrijpen waar ik nou eigenlijk naar op zoek ben. Hierbij komen de poppetjes goed van pas. Er wordt geschoven en gedaan, tot de ideale lijn en opbouw gevonden is. Ik vind het fijn om aan scènes nog geen begin en eind te maken, om ze zo in de montagefase op iedere willekeurige plek in de voorstelling te kunnen zetten.

In de montagefase krijgen alle losse scènes een plekje in het grote geheel. Van sommige scènes is het gelijk duidelijk waar ze horen in de voorstelling, andere worden steeds weer heen en weer geschoven. Ik vind het altijd zo interessant om te zien hoe compleet anders een voorstelling kan voelen als de volgorde verandert: scènes krijgen ineens een hele andere betekenis, maar ook het ritme kan compleet veranderen. In deze fase zoek en experimenteer ik er vaak wat op los. Ik gun mijzelf de vrijheid om daarin soms helemaal van het thema af te wijken en laat mij inspireren door wat het materiaal mij vertelt.

In de laatste fase ga ik terug naar de basis: wat wilde ik ook al weer vertellen, wat is er al, welke scene of overgang moet toch nog anders. Ik vertrouw hierin voornamelijk op mijn intuïtie en de flow van de voorstelling. Ook al gebruik ik veel elementen uit het theater, mijn voorstellingen zijn niet rationeel of logisch. Ik wil dat het publiek mee kan gaan in de sfeer en emoties die het stuk oproepen en niet zo zeer of het wel klopt dat Pietje daar ineens niet meer boos is op Jantje…

En dan is het een kwestie van ‘schoonmaken’, de puntjes op de i zetten en gewoon vaak doorlopen, dat de spelers niet meer bezig hoeven zijn met het materiaal, techniek of de volgorde, maar met spelen!

Heb je je idee kunnen verwezenlijken, is er iets tijdens het maakproces veranderd? Tijdens het maakproces heb ik geëxperimenteerd met absurdisme. Dramaturge Daphne Richter zei me dat ik aan het spelen ben geslagen met de conventies van het traditionele circus. Dit vond ik heel interessant, want helemaal aan het begin van de conceptontwikkeling hebben TENT en ik het daar over gehad. Zonder daar bewust aan te werken, is dat nu in NET toch het geval, geven we een kleine knipoog naar het traditionele circus – de grote broer van het cirque nouveau, die we eigenlijk toch altijd nodig zullen hebben.

Wat is de inhoudelijke inbreng van de spelers? Ik zoek altijd naar een wisselwerking waarin wij elkaar inspireren. Ik geef een opdracht waarmee ik hun creativiteit probeer aan te boren; dat materiaal brengt dit mij weer op ideeën en zo gaat het heen en weer. 

Welke elementen van dans of circus inspireren je het meest of juist niet? Ik heb niets met Soleil: binnen hun genre zijn ze supergoed en ze hebben zich een plek in de wereld weten te veroveren, dat is fantastisch: iedereen kent Soleil. Maar bij hun voorstellingen denk ik inmiddels: heb ik dat niet al gezien, alleen met andere pakjes en iets ander muziekje? Het is echt entertainment. Ik vind het veel interessanter om naar een mens te kijken en naar de ontwikkeling.

Welke voorstellingen zijn voor jou een voorbeeld? Binnen de dans was er altijd het Hans Hof Ensemble, dat maakte theaterdans. Ze maakten mooi gebruik van decor. De mooiste voorstelling die ik ooit heb gezien was ook van hun. Ze konden met humor en spektakel een soort openheid creëren bij het publiek en dan op tweederde van de voorstelling nog even wel een hele diepe laag toevoegen. En doordat je zo open staat, komt dat echt aan. Dat vind ik echt heel mooi.

Tabú van No Fit State was een circusvoorstelling die ik geweldig vond: ik houd helemaal niet van statische trapeze, maar ik werd helemaal meegenomen in de voorstelling en aan het eind was er een solo met die trapeze, met een monoloog vaneen van de spelers. De solo was een metafoor voor de hele strijd waarover de voorstelling ging. Ik moest zo hard huilen en ik dacht: dit, dít wil ik maken! Deze act was voor mij een geweldig voorbeeld van wat ik eerder noemde: functioneel circus!

NADENKEN OVER JE LEVEN

Dus je inspiratiebronnen gaven je heel emotionele ervaringen? Ik denk dat als mensen geroerd zijn door mijn voorstellingen, dat het mooiste compliment is dat ik kan krijgen. Leuk en spannend en zo, dat is ook leuk om te horen, maar als mensen ook geraakt zijn, dan heb ik mijn taak goed gedaan.

Vind je dat het hoogste waar circustheater of hedendaags circus naar zou moeten streven? Er zijn heel veel doelen om na te streven, zoals humor. Ik denk dat mijn kracht zit in mensen raken en maatschappelijke thema’s aanboren; dat mensen naar huis gaan en gaan nadenken over hoe zij het dan doen, dat het doorwerkt en dat ze met elkaar in gesprek raken en dichterbij elkaar komen.

Kun je dat met circus op een andere manier duidelijk maken dan bijvoorbeeld met dans? Voor mij is circus de interessantere uitlaatklep die meer facetten heeft. Het heeft letterlijk veel meer verschillende technieken, je hebt een groter palet.

Zie je die technieken als afzonderlijke disciplines? Wat ik maak is sowieso multidisciplinair, want én circus én dans én theater. En dan binnen circus heb je acrobatiek, aerials, jongleren … in de nieuwe voorstelling halen we er nog meer technieken bij. En dan weer opnieuw leren wat wel en niet kan, dat prikkelt mij ook. En we hebben nu ook weer andere acrobaten, die kunnen ook weer andere dingen.

Hoe denk je over applaus? Mijn streven is nog steeds om een voorstelling te maken waar het applaus pas aan het einde komt. Ik weet niet of het haalbaar is, mensen willen gewoon … tja die ontlading en ze willen een soort respect geven voor wat er gebeurt, maar het breekt zo de sfeer. Soms worden de emoties die een speler wil overbrengen gewoon weggeklapt.

PLANNEN

Wil je verder met circus? Ik zou heel graag circustheater voor kinderen willen maken, ik denk dat ik als maker nog iets beter voor kinderen kan maken dan voor volwassenen, en dan juist ook de grote thema’s behandelen voor kinderen. Daar is nog niet zoveel van. Er is veel gezelligs voor op de zondagmiddag. Ik wil natuurlijk dat het ook grappig en leuk is, maar er mag ook wel een beetje inhoud in, en daar is circus een goed middel voor: het is heel toegankelijk.

Waarom ligt het werken voor kinderen je beter? Ik heb als danser voornamelijk voor jeugdgezelschappen gespeeld. Ik vind het zo leuk om voor kinderen te spelen. Kinderen zijn zo eerlijk. Als je ze hebt, heb je ze, maar als je ze niet hebt, zul je het weten ook.
Circus biedt mensen ook de gelegenheid opener en vrijer te zijn, de adem in te houden en dan direct te reageren. Het raakt een heel basale emotie. Ik denk dat het kind in mij nog wakker is.

Foto: omri bigetz

 

 

 

Reageer