Door Nikki Sneep-Snijders

CODARTS CIRCUS ARTS – IN BETWEEN

De afstudeerlichting van Codarts Circus Arts wordt dit jaar gevormd door een elftal zeer uiteenlopende individuen. In de voorstelling In Between komen ze, als onderdeel van hun afstudeerprogramma, samen om te presenteren wat vier jaar Circus Arts hen gebracht heeft. Onder leiding van Marlène Rubinelli-Giordano is het gelukt een interessante voorstelling neer te zetten waarvan, door de vele gelijktijdige interacties, het publiek gegarandeerd niet alles mee heeft kunnen krijgen.

Een voor een sluiten de theaterdeuren van het uitverkochte Maaspodium. De artiesten lopen in strakke lijnen door elkaar om vervolgens op acrobatische wijze de achterwand bij de voorstelling te betrekken. Gedurende de voorstelling wordt de wand veelvuldig  succesvol ingezet als verlengstuk van het podium. Wanneer er enkele gele diabolo’s over het podium worden gerold wordt de opgebouwde groepsdynamiek voor het eerst verbroken en toont Stefan Bauer zijn diabolovaardigheden. Negen andere artiesten staan dicht op elkaar en gaan een interactie met de diabolo aan door deze te ontwijken, te verlengen of anderzins mee te spelen. De keuze om de solist af te zetten tegen de groep levert dikwijls mooie plaatjes op. Het is jammer dat met de introductie van de derde diabolo enkele fouten ontdekt kunnen worden want het diabolowerk is verder van een technisch hoogstaand niveau.

Voor het publiek is het prettig dat bij de act met de aerial hoepel slechts twee artiesten in de spotlights staan. Sanne Deinum en David Mupanda zorgen voor een frisse combinatie van luchtwerk, grondacrobatiek en hoepelspringen. Vooral het spektakel waarbij David met een acrobatische beweging door de bewegende hoepel springt valt bij het publiek in de smaak. In het volgende deel van de voorstelling gebeurt er veel op het podium. De kegels vliegen alle kanten op en zorgen voor een vrolijke energie. Er zitten erg leuke plaatjes tussen, maar het zorgt er wel voor dat de aandacht van het publiek minder naar Helene Dahl met haar hoepels gaat. Aan de andere kant is het Christiaan van de Burgt die met zijn kegelwerk en krachtige houding een erg goede prestatie neerzet. Doordat hij gedurende de voorstelling vaker op cruciale momenten de aandacht krijgt, kan hij worden gezien als één van de dragers van de voorstelling.

Een andere sterke artiest is de Ijslandse Eyrún Aevarsdóttir. Samen met Sofia Mendez Castro en Paula Avala brengt zij een luchtwerkact. Hoewel de keuze van drie gelijktijdig optredende luchtwerkartiesten begrijpelijk is en zorgt voor een leuk samenspel, wordt ook duidelijk dat Eyrún het makkelijkst in de lucht beweegt en de meeste ogen op haar gericht heeft. In Between is een voorstelling waarbij veel tegelijkertijd gebeurt. Het is dan ook prettig dat Ralph Öllinger als solist het podium betreedt. In een zee aan jongleerballen in allerlei kleuren en formaten  wordt een dansante contactjongleerroutine gepresenteerd. De routine gaat vloeiend over in een moderne dans door de gehele groep. Bepaalde rollen, radslagen en schouderstanden komen wat vaak terug, maar al met al vormt het wel een kloppend geheel.

Het opbouwen van de chinese paal is mooi in de voorstelling verwerkt. Gabriele Manca wordt met paal en al rechtop gezet om zo halverwege de paal zijn routine te beginnen. Het aantal uitgevoerde trucs in de paal lijkt beperkt.  Dit kan echter ook een onterechte aanname zijn omdat trucs worden gemist wanneer wederom veel tegelijk gebeurt. Daarbij is de overgang naar het jongleren van Jason van Lith dusdanig vloeiend dat pas vrij laat in zijn routine de aandacht naar hem gaat. Dit komt mede door de gekozen stijl om de trucs in te tonen: doorgaan tot er iets fout gaat en dan de andere ballen ook weggooien en/of -schoppen. Het maakt helaas niet geheel duidelijk waar stabiliteit ophoudt en opzettelijk fouten worden gemaakt of de gekozen trucs eigenlijk van een te hoog niveau zijn.

Al met al: chapeau voor de regie. De volgorde van de te tonen circusdisciplines is perfect. De voorstelling is een goed geheel en alles loopt vloeiend in elkaar over. Als kanttekening dient wel gezegd te worden dat er op punten teveel gaande was en een detail als kledingkeuze het geheel niet afmaakte. Aangezien er geen keuze gemaakt kon worden in de artiesten is het logisch dat bepaalde circusdisciplines over- en ondervertegenwoordigd waren: iets wat overigens niet storend was. Hooguit miste af en toe een gevoel van gevaar en spektakel. Hoewel de ene artiest duidelijk beter uit de verf kwam dan de ander levert Codarts met deze elf studenten een lichting artiesten af die allen op hun eigen manier een mooie bijdrage aan het internationale circusveld kunnen gaan leveren.

 

Reageer