Door Eveline Alders

Dit is het tweede deel van een dubbelportret over Circuswerkplaats BOOST! In dit deel staat de ontstaansgeschiedenis van de eerste Nederlandse circuswerkplaats centraal. Oprichters Sanne Bots en Lennie Visser -verschillende opleidingen, verschillende karakters en verschillende werkwijzen- stortten zich vol overtuiging in een project-zonder-handleiding. Een terugblik op de eerste tien jaar van pionieren, cultureel ondernemen, hobbels, succesfactoren en een onverwoestbare samenwerking tussen twee super-perfectionisten.

Circuswerkplaats BOOST startte in een tijd waarin het circuslandschap aanmerkelijk kaler was dan in 2014: geen festivals, geen opleidingen, weinig waardering voor circus en weinig vernieuwing, dat wil zeggen in Nederland. Met name in Frankrijk werd vanaf de zeventiger jaren circus als kunstvorm omarmd, met waardering, vernieuwing én investering als gevolg. Nieuwe vormen van circus ontstonden, die de benaming nouveau cirque of circustheater kregen. Sindsdien worden in tent én theater volwaardige voorstellingen opgevoerd – soms verhalend, soms collage-achtig, soms poëtisch, soms brutaal, maar altijd verfrissend en verrassend.

Uitgangspunt van de eerste Nederlandse werkplaats was en is het circus als kunst ontwikkelen en ontwikkelingen stimuleren – een hele uitdaging dus in die beginperiode.

Tien jaar later doet BOOST voor een groot deel wat ze toen ook deden, trouw aan hun basisideeën: BOOST biedt lessen en trainingen voor kinderen, jongeren, volwassenen op amateur en professioneel niveau en coaching voor professionals. De oprichters kwamen erachter dat een ondernemende instelling van groot belang is om te kunnen blijven bestaan én om te kunnen blijven doen wat je zelf wilt. Daarnaast hebben ze een sterke drive om inhoudelijk en kwalitatief hun aanbod, maar zeker ook zichzelf, te ontwikkelen.

HET BEGIN

In 2004 kregen Bots en Visser de beschikking over een inspirerende en bijzondere ruimte in een voormalig schoolgebouw in Amsterdam. Visser had toen al de Formation Pédagogique du Cirque in Brussel afgerond en trad op als trapeze-artieste; Bots had de Theaterschool in Eindhoven achter de rug, maar nog niet veel gezien op het gebied van circus. Wel hadden de twee samen wat kleine projecten gedaan, en die hadden ‘met circus te maken’. Visser stond L’Espace Catastrophe* voor ogen: ‘een plek waar mensen konden trainen, repeteren en vooral eigen ideeën uitwerken; en net als Catastrophe wilden we makers een residentie aanbieden’.
SB: Len kwam met haar plan en zei heel stellig: ‘Ik wil niet alleen circus, het moet veel breder worden en daar heb ik jou voor nodig.’ Ik wilde een inspirerende plek voor kinderen, waar ze allerlei soorten lessen konden volgen, en heel belangrijk: waar ze ook professionele artiesten aan het werk konden zien. Zo kwamen we op het coachings- en residentie-idee.’

LV: Helemaal in het begin probeerde ik op te schrijven wat het moest zijn, maar kreeg het niet concreet, het bleven allemaal flarden. We zijn gewoon begonnen, heel praktisch. We deden alles zelf en hadden één gouden regel: alles samen delen – van de huur tot de inkomsten, van de schoonmaak tot de lessen, van kantoorwerk tot kostuums maken, van slotpresentaties tot roosters maken.

SB: Dat is ook een kracht van ons: we beginnen en gaandeweg wordt het iets.

LV: Je leert heel goed wie je zelf bent en je leert enorm van elkaar.

SB: En van elkaars vakgebied!

LV: We hebben elkaar ook les gegeven...

SB: ik zie me nog in die trapeze hangen met als voornaamste idee: ik weet niet of dit iets voor me is. Wij dachten dat we elkaar de basics wel even konden bijbrengen.

ONDERZOEK EN CONCLUSIES

Lesgeven, administratie, schoonmaken, ouders informeren, kinderfeestjes, slotpresentaties organiseren, verhuur regelen, subsidies aanvragen, kostuums uitzoeken, trainen – het is nog maar een deel van de werkzaamheden van Bots en Visser, gericht op het staande en gaande te houden van hun werkplaats en de ontwikkeling van het concept circuswerkplaats en van henzelf. Daarnaast namen ze een groot aantal projecten op hun schouders, zoals de Franse groep 2C!RQUE5 als eerste artists in residence, een uitwisselingsproject met Boliviaanse kinderen en de start van het eerste open podium. Regelmatig ook diende zich een gebeurtenis, vraagstuk of persoon aan waardoor Visser en Bots een stap op de plaats maakten en heroverwogen of ze op het goede spoor zaten: een nieuw bestuurslid met een indringende vraag, een reis die letterlijk en figuurlijk afstand gaf, een zwangerschap die een andere realiteit presenteerde, de start van de Hbo-circusopleidingen die tot een nieuwe positionering leidde. En regelmatig ging de telefoon.

LV: Veel van onze activiteiten zijn voortgekomen uit een vraag: ‘Mogen we bij jullie …’, ‘Kunnen jullie ons helpen met …’.

SB: Dat paste bij ons idee: een open plek bieden om uit te proberen en inspiratie te halen.

LV: En dan wel steeds terug naar de basisidee: circustheater als kunstvorm ontwikkelen.

Door de jaren heen rolden de ‘Dames van BOOST’, zoals ze in circuskringen bekend werden, twee belangrijke onderzoekstrajecten uit: hoe breng je circus en theater samen en hoe kun je artiesten het beste coachen op het gebied van circustheater? Het BOOST-Podium, zoals het coachingsaanbod werd gedoopt, bestond aanvankelijk uit een traject van drie weken, waarin de deelnemende artiesten workshops kregen aangeboden op het gebied van circustechniek en spel, en de act die ze wilden ontwikkelen dramaturgisch onder het vergrootglas werd gelegd.

Het was niet eenvoudig om aan goede kandidaten te komen. ‘We hebben het BOOST-Podium een aantal keren gedaan en toen was de vraag op. Veel artiesten toetsten hun artistieke waarde op straat, voor publiek. En een traject van drie weken achter elkaar was voor velen ook niet makkelijk vrij te roosteren,’ aldus Visser.

Als absolute pioniers op het gebied van circustheater in Nederland kregen Bots en Visser steeds meer behoefte aan een referentiekader, zowel voor zichzelf als voor de artiesten met wie zij werkten. We realiseerden ons dat je zoals je op miljoenen manieren kunt toneelspelen, je met circus ook alle kanten op kunt. We boden in de coaching verschillende adviezen aan, en we merkten dat dat een beetje verwarrend werd,’ zegt Visser.

Bots: ‘Niet voor de artiesten die we coachen -we gaan in op hun vraag- maar voor onszelf.’

Visser en Bots constateerden dat als je een open huis wilt bieden en inspirerende partner wilt zijn, je eigenlijk -letterlijk- zichtbaar moet maken wat je eigen visie is: circustheater – according to BOOST.

Zoektocht

De zoektocht naar het samenbrengen van circus en theater richtte zich daardoor vervolgens op het zelf maken van een serie voorstellingen, waarin ze steeds de bevindingen van het voorgaande stuk meenamen in het volgende: Stinkend Goud, Sorry voor de Stof, Trees.

Bots: ‘Mensen vonden onze voorstellingen interessant en nieuw omdat het net geen verhaal en net geen bewegingsstuk was, geen circus, geen toneel en geen dans, maar iets anders.’

Zelf waren Visser en Bots nog niet tevreden. Gaandeweg werd bovendien duidelijk dat hun uitgangspunten en behoeftes verschilden, zowel artistiek als persoonlijk. Bots zich richtte op het versterken en doorontwikkelen van de lessen en het maken van voorstellingen voor en met kinderen en jongeren. Intussen klopte Visser aan bij Jakop Ahlbom, theatermaker, afkomstig van de mimeschool, die werkt vanuit fysieke verbeelding en grote belangstelling heeft voor circus.

Een nieuwe serie voorstellingen kwam tot stand: aanvankelijk met Alhbom (Man met Hoed) en vervolgens theaterregisseur Maarten Lok (Uitblinkers) aan het roer, tot Lennie Visser de regie zelf overnam met Muurbloem, waarbij Jakop Ahlbom sparring partner was en de meest recente productie Redonda, met Dick Hauser in een zelfde rol.

Het coachen van circusartiesten gaat ondertussen door: dit seizoen werkte Bots met Wietske Vogels en Janneke van Amelsvoort & Celine Procureur.

CIRCUS PLUS THEATER IS CIRCUSTHEATER?

Terugkijkend op de verschillende exercities van de afgelopen tien jaar rijst de vraag: heeft de versmelting van circus en theater uiteindelijk plaatsgevonden?

Als ik denk aan wat ik nu maak en vóór Boost: dat is wel anders,’ zegt Bots.Je neemt dingen over en je gaat je eigen weg ermee. Voor mij is circus een heel interessante bewegingstaal. Ik werk graag met teksten, poëzie of muziek en een verhaallijn. Dat hoeft niet van A naar B, maar ik wil ergens in mee kunnen gaan, dat het klopt, dat de verhoudingen duidelijk zijn. Ik heb heel veel plezier in het lesgeven en voorstellingen maken met de kinderen. In het begin zat het ‘circusaspect’ me in de weg, maar toen kwam ik erachter: het circus vult mijn werk aan,’ aldus Bots.

Visser werkt juist het liefst zonder tekst, vanuit beweging, objecten en de ruimte. ‘Voor mij heeft circus vooral te maken met het tarten van de zwaartekracht. Het begon met turnen en toen kwam het dansen erbij. Gaandeweg raakte ik gefascineerd door circus, om het fysieke, maar met name om de eindeloze zoektocht die mogelijk is met eigen fysieke talenten: zoeken, uitproberen, perfectioneren, vernieuwen. Ik denk helemaal niet in personages, of menselijke relaties, meer vanuit beweging, objecten, ruimte. Ik wilde heel graag verder, maar wist niet hoe: ik ben geen regisseur. Van tevoren had ik het idee dat circus en theater echt konden samenkomen. We zijn erachter gekomen dat wij tweeën niet zonder elkaar kunnen, maar we volgen wel een ander spoor. Dat is heel inspirerend, je gaat jezelf ook beter definiëren. Maar ik had nooit gedacht dat dit de uitkomst van ons onderzoek zou zijn: dat er dus niet één formule voor circustheater – according to BOOST blijkt te zijn.

‘Een nieuw bestuurslid stelde: Boost ontwikkelt de taal van het nieuwe circus – dat vonden wij te groot,’ vertelt Visser. ‘Maar het is wel zo dat wij elk onze eigen ‘taal’ of stijl ontwikkelen, elk op onze eigen manier op zoek zijn naar hoe die circustechnieken nu precies ‘spreken’.

Met de nieuwste productie, Redonda, werd duidelijk hoe de volwassenenproducties en de kinderproducties en -activiteiten twee stijlen aan het worden zijn. Dus typisch BOOST betekent voor de kinderlessen en -activiteiten iets anders dan voor de volwassenenvoorstellingen. Kenmerkend voor BOOST is -dat zie je ook aan hoe we in de pers komen- dat we altijd een beeld presenteren van hoe een mens zich verhoudt tot een mens en waarin je een fysieke actie ziet. Dus misschien is dat typisch BOOST: het gaat niet alleen om het trucje, het is ook de communicatie tussen mensen.’

Waar BOOST als pionier in een tamelijk lege vlakte startte met het onderzoek naar circus en theater, zijn inmiddels verschillende ‘tenten’ verrezen: opleidingen, festivals, internationale uitwisselingen. In 2014 kunnen we ook in Nederland spreken van een beroepsveld circus. Met het groeien van het circusveld rijst de vraag hoe BOOST zich hiertoe verhoudt.

Je gaat naar collega’s kijken. Samen bespreken we dan weer de positie van BOOST en waar wij voor willen staan,’ vertelt Bots. Visser vult aan: We blijven circus prikkelen met bestaande of zelf geschreven verhalen, dus circus met tekst. Ook blijven we samenwerkingen zoeken om het experiment te bevorderen met bewegingstheater en beeldende kunst. Deze cross-overs zijn in het circusveld wisselend ontvangen en zullen altijd onderwerp van gesprek blijven. Maar daar zit ook het experiment, de vernieuwing en het lef.’

Van de opleidingen volgen zoveel mogelijk de presentaties en we hebben geprobeerd stagiaires in onze voorstellingen mee te nemen. Dat is tot nu toe niet echt gelukt, ‘ constateert Bots. Visser: Ik zou het heel leuk vinden om met studenten brainstorms te doen over creativiteit. Op de vloer, maar niet alleen fysiek, maar ook: hoe denk je jezelf nou in, of juist uit een hoekje, wat inspireert je voor het maakproces van een act?’

DE TOEKOMST VAN BOOST

Na het terugkijken op tien jaar circuswerkplaats BOOST is het tijd voor een voortuitblik. Waar liggen de mogelijkheden, zijn er wensen?

Wat betreft BOOST-school voel ik veel vrijheid,’ begint Bots. ‘We kunnen doen wat we willen, we zijn zelfstandig, hebben genoeg leerlingen. Met de performancegroep maak ik ieder jaar een nieuwe voorstelling. Verhalend circus waarin de jongeren echt een rol neerzetten: de circustechnieken zijn een onderdeel van een verhaal, zodat er veel ruimte is voor emotie. Het zou wel leuk zijn om bijvoorbeeld hun met meer gastdocenten te kunnen laten werken – en daar heb je geld voor nodig. Dus dat vormt een uitdaging. Ik wil graag dat ze een breder publiek bereiken, dus ik ben op zoek naar meer speellocaties.

En ik wil met professionals mijn talenten verder ontwikkelen en mooie producten maken voor een breed publiek. Acts programmeren vanuit BOOST vind ik ook interessant, niet alleen eigen producties mogen gezien worden, maar ik wil ook spannende acts samenbrengen op uitdagende locaties. Zo ben ik nu bezig met het eiland Pampus en het openluchttheater in Bloemendaal.’

Visser constateert tevreden: ‘Qua cultureel ondernemerschap zitten we goed op koers en hebben we een modus ontwikkeld: alle activiteiten zijn met elkaar verbonden; financieel, organisatorisch en praktisch. Een nieuwe loopbal voor een voorstelling gebruik je ook voor de lessen. Of we zetten een techniekdocent die we voor de voorstelling inhuren ook in binnen de school.’

‘En inhoudelijk versterkt het elkaar,’ vult Bots aan: ‘Zijn er twee acrobaten die bij ons hun act hebben gerepeteerd, dan vragen ze of ze wat langer mogen blijven om hem aan de kinderen te laten zien. De kinderen raken enorm gemotiveerd om ook met zijn tweeën trucs te doen, en dat kost niets.’

Beide oprichters verwachten dat BOOST vrij klein zal blijven. ‘Ik merk dat aan alles wat we doen’ stelt Visser. ‘Een aantal kosten kun je heel laag houden, je kunt veel zelf doen of via bekenden regelen. Aan een aantal dingen ontkom je gewoon niet, bijvoorbeeld de huur van de studio.

We hebben altijd gekeken wat we zelf kunnen doen. Als ik zelf de vrachtauto met het decor rijd of de workshop na afloop van de voorstelling doe, dan zijn dat mijn uren voor BOOST. Je ziet mensen dan wel eens met hun ogen rollen: ‘O, jij bent de regisseur, en je doet ook de zakelijke leiding, én de workshop, en je rijdt de vrachtauto en decor opbouwen doe je ook nog… ?’

Het kan, dus waarom niet? En met een kleinschalige organisatie blijft het allemaal redelijk persoonlijk, ook voor de lessen en het directe contact met de ouders bijvoorbeeld. Ik hoop in elk geval dat ik me als circustheatermaker verder kan ontwikkelen in een volgend project.’

Op de vraag wat BOOST met haar lessen, voorstellingen, workshops eigenlijk een circuswerkplaats maakt en of dat het ook in de toekomst zal blijven, reageert Visser: ‘Bij BOOST zijn twee keer per week open trainingen – dat vind ik echt een werkplaatsactiviteit, en die worden heel goed bezocht. De doorstroming en uitwisseling tussen al die mensen -amateur, (semi)prof, artiest, acteur- werkt heel goed. Dat moeten we blijven bieden, de ruimte en de locatie zijn heel geschikt daarvoor. De doorverhuur van de studio in de avonden voor volwassenencursussen (tissue, acrobatiek, yoga) werkt ook heel goed. Af en toe komt er een coachingsvraag en die pikken we dan op, of we verwijzen door. Dat is nog steeds mondjesmaat.

De opleidingen in Tilburg en in Rotterdam hebben beide fantastische faciliteiten, en bovendien een dansacademie en een conservatorium binnen handbereik. Studenten vinden dáár hun weg. Ik heb niet meer de illusie: je hebt een vraag en dan kom je naar BOOST. De praktijk werkt ook hier anders uit. Alles bij elkaar hebben wij geconstateerd: het is beter je eigen krachten te volgen en je eigen zwakheden te zien.’

Amsterdam, april 2014


*Circuswerkplaats in Brussel

Reageer